De merkonafhankelijke AED leverancier
Welkom bij AEDwijzer
085-8005577
Kort antwoord: bij een volwassene plak je de ene elektrode rechts op de borst, direct onder het sleutelbeen en dicht bij het midden van de borstkas. De andere plak je links op de zijkant van de borstkas, een paar centimeter onder het midden van de oksel. Bij een kind tot ongeveer 8 jaar plak je de elektroden meestal voor en achter: één midden op de borst en één midden op de rug.
Op elke elektrode staat een plaatje van de juiste plek, en de AED zegt het ook hardop. Toch helpt het enorm als je het van tevoren weet. In een noodsituatie wil je niet twijfelen.
Met deze plaatsing loopt de stroom schuin door het hart, van rechtsboven naar linksonder. Daarom is het belangrijk dat de linkerelektrode echt op de zijkant zit en niet te ver naar voren.
Ook bij kinderen en baby's sluit je een AED zo snel mogelijk aan. Bij kinderen geef je wel eerst vijf beademingen, als je dat nog niet had gedaan. Meer daarover lees je in het verschil tussen kinderreanimatie en reanimatie bij volwassenen.
Tot ongeveer 8 jaar of 25 kilo gebruik je bij voorkeur een AED met kinderelektroden of een kinderstand. Die geeft een lagere schok. Plak de elektroden dan voor en achter:
Vanaf ongeveer 8 jaar gebruik je de gewone elektroden en plak je ze net als bij een volwassene. Dat geldt ook voor een groter kind dat je niet makkelijk op de zij kunt draaien.
Gebruik dan gewoon de elektroden voor volwassenen. Wacht niet op kinderelektroden. Let op twee dingen:
Sommige AED's hebben universele elektroden die je bij iedereen gebruikt, met een knop of sleutel voor de kinderstand. Dan hoef je niets te wisselen. Wil je weten welke AED's dat hebben? Kijk bij AED's vergelijken.
Elektroden hebben een houdbaarheidsdatum. Na gebruik moet je ze altijd vervangen. Controleer de datum op de verpakking regelmatig, of laat dat doen met AED-onderhoud. Nieuwe elektroden vind je per merk bij welke elektroden passen bij jouw AED en in onze collectie AED-elektroden.
Weten waar de elektroden horen is één ding. Het echt een keer gedaan hebben maakt het verschil. Een reanimatiecursus duurt een paar uur, en daarna weet je wat je moet doen. Lees ook weet jij hoe je moet reanimeren?
Bron: Nederlandse Reanimatieraad, Richtlijnen Reanimatie in Nederland 2025, hoofdstuk 4 (basale reanimatie van volwassenen) en hoofdstuk 7 (basale reanimatie van kinderen).