Doorgaan naar inhoud
Wanneer gebruik je een AED en wanneer niet

Wanneer gebruik je een AED, en wanneer niet?

Bart de Visser, AED-specialist bij AEDwijzer
Geschreven door
Meer dan 15 jaar ervaring in AED's & hartveiligheid · AEDwijzer
Gepubliceerd op 26 oktober 2026

Kort antwoord: je gebruikt een AED bij iemand die niet reageert en niet of niet normaal ademt. Dan is er sprake van een hartstilstand. Bel 112, start met reanimeren en laat een AED halen. Sluit de AED aan zodra hij er is en doe wat het apparaat zegt. Reageert iemand wel of ademt hij normaal, dan sluit je geen AED aan.

Een AED is gemaakt voor leken. Toch twijfelen veel mensen op het moment zelf: is dit wel een hartstilstand? Mag ik de AED gebruiken als het slachtoffer nat is, een pacemaker heeft of zwanger is? In deze blog lees je wanneer je een AED gebruikt, wanneer niet, en waar je extra op let.

Wanneer gebruik je een AED?

Je gebruikt een AED bij een circulatiestilstand, ook wel hartstilstand genoemd. Volgens de richtlijn herken je die aan twee dingen:

  • het slachtoffer reageert niet als je hem aanspreekt en schudt;
  • het slachtoffer ademt niet, of ademt niet normaal.

Let op gaspen

In de eerste minuten na een hartstilstand zie je vaak nog een trage, happende ademhaling. Dit heet gaspen of agonale ademhaling. Het komt bij ongeveer 40 tot 60 procent van de slachtoffers voor. Het lijkt op ademen, maar het is geen normale ademhaling. Soms gaat gaspen samen met trekkingen, waardoor het op een epileptische aanval kan lijken. De richtlijn is duidelijk: twijfel je, start dan direct met reanimeren.

Wat als het achteraf geen hartstilstand was?

Volgens de richtlijn is het doorgaans niet schadelijk als achteraf blijkt dat iemand toch nog een eigen circulatie had. De schade door kort durende borstcompressies blijft relatief beperkt. Merk je dat je angst hebt om iets fout te doen? Lees dan waarom angst om te reanimeren onterecht is.

Stappenplan: van herkennen tot AED

  1. Zorg voor veiligheid. Kijk of jij en het slachtoffer veilig zijn.
  2. Controleer bewustzijn en ademhaling. Spreek het slachtoffer aan, schud aan de schouders en kijk of hij normaal ademt.
  3. Bel 112. Is er iemand bij je, laat die 112 bellen en een AED halen. Ben je alleen, bel dan zelf 112, bij voorkeur met de luidspreker aan.
  4. Laat een AED halen. Ben je alleen en is er binnen één minuut een AED beschikbaar, haal hem dan zelf. Anders begin je direct met borstcompressies.
  5. Reanimeer. Geef 30 borstcompressies en 2 beademingen. Druk 5 tot 6 centimeter diep in, in een tempo van 100 tot 120 keer per minuut. Kun of wil je niet beademen, geef dan alleen doorlopend borstcompressies. Wil je dit opfrissen, lees dan hoe je moet reanimeren.
  6. Sluit de AED aan zodra hij er is. Zet hem aan en volg de gesproken opdrachten direct op. Plak de elektroden op de ontblote borstkas zoals op de afbeelding staat. Een tweede hulpverlener gaat door met borstcompressies terwijl jij plakt.
  7. Laat de AED analyseren. Raak het slachtoffer niet aan als de AED daarom vraagt.
  8. Volg de opdracht. Adviseert de AED een schok, zorg dan dat niemand het slachtoffer aanraakt en druk op de schokknop. Een volautomatische AED geeft de schok zelf. Ga daarna direct verder met 30 compressies en 2 beademingen. Geeft de AED geen schok, ga dan ook direct verder met reanimeren.

Wat beslist de AED zelf?

Jij beslist niet of er een schok nodig is. De AED meet het hartritme en beslist dat. Een AED kan in principe alleen een schok geven als hij een schokbaar ritme meet. Alleen dan werkt de schokknop. Meet de AED een ritme dat niet geschokt hoeft te worden, dan krijg je geen schokadvies. Ook als het hart helemaal stil staat, geeft een AED geen schok. Reanimeren blijft dan wel nodig, want een hartstilstand is niet voorbij omdat de AED geen schok geeft. Meer over de techniek lees je in hoe werkt een AED.

Situaties waarin je extra oplet

Nat slachtoffer of water

Een AED kan zonder bezwaar gebruikt worden in de regen of als het slachtoffer in een plas ligt. De stroom loopt namelijk tussen de elektroden. Ligt iemand nog in het water, haal hem er dan eerst uit. Bij een nat slachtoffer, zoals een drenkeling, droog je de borstkas eerst af zodat de elektroden goed contact maken. Lees ook: kun je een AED gebruiken in de regen?

Kind

Bij kinderen ouder dan acht jaar gebruik je de gewone AED. Bij kinderen tot ongeveer 25 kilo, ongeveer jonger dan acht jaar, heeft een AED met kinderstand of kinderelektroden de voorkeur. Is die er niet, gebruik dan gewoon de standaard AED. Heb je geen speciale training in kinderreanimatie, dan volg je de richtlijn voor volwassenen. Bij een kind druk je dan minstens een derde van de diepte van de borstkas in.

Zwangere vrouw

Bij een zwangere vrouw pas je het normale reanimatieprotocol toe, inclusief de AED.

Pacemaker of ICD

Een AED kan zonder bezwaar gebruikt worden bij iemand met een pacemaker of ICD. Zit hij precies op de plek van een elektrode, plak de elektrode er dan naast. Laat het plakken hierdoor niet vertragen.

Medicijnpleister

Plak een elektrode niet over een medicijnpleister. Haal de pleister weg, bij voorkeur met een handschoen aan, en veeg de huid schoon voordat je de elektrode plakt.

Metalen ondergrond

Ligt het slachtoffer op een metalen plaat of trap? Ook dan kun je de AED veilig gebruiken, omdat de stroom tussen de elektroden loopt.

Wanneer is een AED niet nodig?

Een AED is alleen bedoeld voor iemand die niet reageert en niet normaal ademt. Je sluit hem niet aan bij iemand die bij bewustzijn is, ook niet als die persoon hartklachten heeft en je op de ambulance wacht. Een AED is geen bewakingsmonitor. Bel bij hartklachten wel direct 112.

Is iemand bewusteloos maar ademt hij normaal? Dan is er geen hartstilstand. Bel 112, leg het slachtoffer op de rug en houd de luchtweg vrij met de hoofdkantel kinlift. Moet het slachtoffer braken, draai hem dan snel op de zij. Controleer steeds of hij normaal blijft ademen. Gaat de ademhaling achteruit of twijfel je, start dan direct met reanimeren en laat de AED halen.

Ben je al aan het reanimeren en komt het slachtoffer goed bij bewustzijn, beweegt hij, opent hij actief zijn ogen en ademt hij weer normaal? Dan mag je stoppen. Laat de elektroden zitten en de AED aanstaan tot de ambulance er is.

Veelgestelde vragen

Wanneer moet je een AED aansluiten?

Zo snel mogelijk nadat de AED er is, bij iemand die niet reageert en niet normaal ademt. Ga door met borstcompressies tot de elektroden zijn geplakt en de AED gaat analyseren.

Kan een AED een schok geven als dat niet nodig is?

Volgens de Nederlandse Reanimatie Raad kan een AED in principe alleen een schok geven als hij een schokbaar ritme meet. Alleen dan werkt de schokknop.

Moet ik de beha verwijderen?

De elektroden moeten op de ontblote borstkas worden geplakt zoals de afbeelding aangeeft. Hoe je daarmee omgaat, lees je in bh verwijderen bij reanimatie.

Wat doe ik als de AED geen schok geeft?

Ga direct verder met 30 borstcompressies en 2 beademingen en volg de opdrachten van de AED. Stop niet omdat er geen schok kwam.

Een AED op je locatie?

Vergelijk de AED's of bel 085-8005577 (werkdagen 09:00 tot 17:00 uur) voor advies.

Vorig artikel Welke AED-kast kies je?
Volgend artikel Btw op AED-buitenkasten verlaagd van 21% naar 9%