De merkonafhankelijke AED leverancier
Welkom bij AEDwijzer
085-8005577
Kort antwoord: je gebruikt een AED bij iemand die niet reageert en niet of niet normaal ademt. Dan is er sprake van een hartstilstand. Bel 112, start met reanimeren en laat een AED halen. Sluit de AED aan zodra hij er is en doe wat het apparaat zegt. Reageert iemand wel of ademt hij normaal, dan sluit je geen AED aan.
Een AED is gemaakt voor leken. Toch twijfelen veel mensen op het moment zelf: is dit wel een hartstilstand? Mag ik de AED gebruiken als het slachtoffer nat is, een pacemaker heeft of zwanger is? In deze blog lees je wanneer je een AED gebruikt, wanneer niet, en waar je extra op let.
Je gebruikt een AED bij een circulatiestilstand, ook wel hartstilstand genoemd. Volgens de richtlijn herken je die aan twee dingen:
In de eerste minuten na een hartstilstand zie je vaak nog een trage, happende ademhaling. Dit heet gaspen of agonale ademhaling. Het komt bij ongeveer 40 tot 60 procent van de slachtoffers voor. Het lijkt op ademen, maar het is geen normale ademhaling. Soms gaat gaspen samen met trekkingen, waardoor het op een epileptische aanval kan lijken. De richtlijn is duidelijk: twijfel je, start dan direct met reanimeren.
Volgens de richtlijn is het doorgaans niet schadelijk als achteraf blijkt dat iemand toch nog een eigen circulatie had. De schade door kort durende borstcompressies blijft relatief beperkt. Merk je dat je angst hebt om iets fout te doen? Lees dan waarom angst om te reanimeren onterecht is.
Jij beslist niet of er een schok nodig is. De AED meet het hartritme en beslist dat. Een AED kan in principe alleen een schok geven als hij een schokbaar ritme meet. Alleen dan werkt de schokknop. Meet de AED een ritme dat niet geschokt hoeft te worden, dan krijg je geen schokadvies. Ook als het hart helemaal stil staat, geeft een AED geen schok. Reanimeren blijft dan wel nodig, want een hartstilstand is niet voorbij omdat de AED geen schok geeft. Meer over de techniek lees je in hoe werkt een AED.
Een AED kan zonder bezwaar gebruikt worden in de regen of als het slachtoffer in een plas ligt. De stroom loopt namelijk tussen de elektroden. Ligt iemand nog in het water, haal hem er dan eerst uit. Bij een nat slachtoffer, zoals een drenkeling, droog je de borstkas eerst af zodat de elektroden goed contact maken. Lees ook: kun je een AED gebruiken in de regen?
Bij kinderen ouder dan acht jaar gebruik je de gewone AED. Bij kinderen tot ongeveer 25 kilo, ongeveer jonger dan acht jaar, heeft een AED met kinderstand of kinderelektroden de voorkeur. Is die er niet, gebruik dan gewoon de standaard AED. Heb je geen speciale training in kinderreanimatie, dan volg je de richtlijn voor volwassenen. Bij een kind druk je dan minstens een derde van de diepte van de borstkas in.
Bij een zwangere vrouw pas je het normale reanimatieprotocol toe, inclusief de AED.
Een AED kan zonder bezwaar gebruikt worden bij iemand met een pacemaker of ICD. Zit hij precies op de plek van een elektrode, plak de elektrode er dan naast. Laat het plakken hierdoor niet vertragen.
Plak een elektrode niet over een medicijnpleister. Haal de pleister weg, bij voorkeur met een handschoen aan, en veeg de huid schoon voordat je de elektrode plakt.
Ligt het slachtoffer op een metalen plaat of trap? Ook dan kun je de AED veilig gebruiken, omdat de stroom tussen de elektroden loopt.
Een AED is alleen bedoeld voor iemand die niet reageert en niet normaal ademt. Je sluit hem niet aan bij iemand die bij bewustzijn is, ook niet als die persoon hartklachten heeft en je op de ambulance wacht. Een AED is geen bewakingsmonitor. Bel bij hartklachten wel direct 112.
Is iemand bewusteloos maar ademt hij normaal? Dan is er geen hartstilstand. Bel 112, leg het slachtoffer op de rug en houd de luchtweg vrij met de hoofdkantel kinlift. Moet het slachtoffer braken, draai hem dan snel op de zij. Controleer steeds of hij normaal blijft ademen. Gaat de ademhaling achteruit of twijfel je, start dan direct met reanimeren en laat de AED halen.
Ben je al aan het reanimeren en komt het slachtoffer goed bij bewustzijn, beweegt hij, opent hij actief zijn ogen en ademt hij weer normaal? Dan mag je stoppen. Laat de elektroden zitten en de AED aanstaan tot de ambulance er is.
Zo snel mogelijk nadat de AED er is, bij iemand die niet reageert en niet normaal ademt. Ga door met borstcompressies tot de elektroden zijn geplakt en de AED gaat analyseren.
Volgens de Nederlandse Reanimatie Raad kan een AED in principe alleen een schok geven als hij een schokbaar ritme meet. Alleen dan werkt de schokknop.
De elektroden moeten op de ontblote borstkas worden geplakt zoals de afbeelding aangeeft. Hoe je daarmee omgaat, lees je in bh verwijderen bij reanimatie.
Ga direct verder met 30 borstcompressies en 2 beademingen en volg de opdrachten van de AED. Stop niet omdat er geen schok kwam.
Een AED op je locatie?
Vergelijk de AED's of bel 085-8005577 (werkdagen 09:00 tot 17:00 uur) voor advies.